DCC Decoder Service


Ga naar de inhoudsopgave

Hoofdmenu:


DCC theorie

DCC techniek > Wat is DCC


DCC.


COMMANDOCENTRALE.
Om DCC te kunnen gebruiken is een commandocentrale nodig die opdrachten ontvangt en uitvoert. In de commandocentrale is een microprocessor aanwezig die opdrachten, afkomstig van de handregelaar, vertaald en datapakketjes maakt om deze via de rails naar de lokomotieven versturen.

De voedingsspanning bestaat uit een blokspanning waarin die datapakketjes verwerkt is. Op de ene rail staat de halve positieve blokspanning terwijl op de andere rail de halve negatieve blokspanning staat.

Märklin werkt o.a. met het Motorola systeem welke een asymmetrische blokspanning op de rails zet.

De effectieve spanning, gemeten op de rails met een wisselspanningsmeter, bedraagt in de schaal N ongeveer 11 Volt. In de schaal H0 is dit ongeveer 14 Volt en in de schaal O en G is dit ongeveer 18 Volt.

Datapakketjes bestaan uit de cijfers 0 en 1. Een datapakketje bestaat in feite uit een hele reeks nullen en énen. Deze nullen en énen bevatten de feitelijke informatie voor elke lokomotief afzonderlijk.



In de lokomotief is, in de DCC-decoder, ook weer een microprocessor aanwezig die de informatie vertaalt naar opdrachten. Dit kan zijn; koplampen aan, cabinelicht uit, zwaailicht aan, voorruit rijden.

Een lokomotief, met een vooraf bepaald adres, luistert enige honderden keren per seconde naar alle datapakketjes die op de rails voorbij komen om zo te ontdekken of er een datapakketje is dat voor hem bestemd is. Dit gebeurt ook als de lokomotief stilstaat.

Iedere lokomotief heeft zijn eigen unieke adres. Dit is van te voren geprogrammeerd met een stationaire- of een handregelaar, anders kan de lokomotief zijn eigen datapakketje niet herkennen.
Bij het ene merk is de commandocentrale geschikt voor 99 adressen terwijl het andere merk commandocentrale geschikt is voor 9999 adressen. Dit geldt voor lokomotieven, wissels en daglichtseinen samen.

De commandocentrale wordt aangesloten op een 15 Volt transformator in de H0-schaal, maar bij kleinere of grote schalen kan dit uiteraard verschillen. Bij het ene merk kan dit gelijkspanning zijn, terwijl dit bij het andere merk wisselspanning kan zijn.
Aan de andere kant van de commandocentrale bevinden zich nog twee aansluitingen die op de rails worden aangesloten. Meer bedrading, om te kunnen rijden, is niet nodig. De besturing van de wissels en de seinen wordt afgetakt van dezelfde bedrading die ook op de rails zijn aangesloten.

Nagenoeg heeft elke fabrikant ook een railversterker, een zogenaamde booster. Deze booster wordt aangesloten op één baansectie. Hiermee wordt bereikt dat de commandocentrale, met de eigen booster, één deel van de modelbaan van stroom voorziet, terwijl de booster het andere deel van de modelbaan van stroom voorziet.

Dit voorkomt overbelasting van één booster wanneer er met veel lokomotieven wordt gereden of veel lokomotieven van een geluidsdecoder zijn voorzien.


HANDREGELAAR.
Met de handregelaar worden opdrachten gegeven aan de commandocentrale. Over het algemeen wordt dit met drukknoppen gedaan. Er zijn ook handregelaars die werken met een combinatie van drukknoppen en een draaiknop om te kunnen programmeren. Meestal kan met de handregelaar geprogrammeerd en gereden worden.

De opdrachten kunnen zijn;
koplampen aan,
cabinelicht uit,
zwaailicht aan.
Achteruit rijden.
rookgenerator aan of uit.

Indien zich er ook nog geluidsdecoder in de lokomotief bevindt, zijn er meerdere funkties beschikbaar;
bel aan of uit,
luchthoorn aan of uit,
dynamicbrakes aan of uit,
luchtcompressor aan of uit,
radiator ventilatoren aan of uit,
koppelingsgeluiden aan of uit.

Zo er nog diverse functies meer, maar dat is afhankelijk van de DCC- en lokomotieffabrikant.




Handregelaars, van andere fabrikanten, zijn onderling alleen uitwisselbaar als ze voldoen aan het protocol van de commandocentrale van de betreffende fabrikant waarop de handregelaar wordt aangesloten. Boosters zijn niet aan te sluiten op commandocentrales van een ander fabrikaat. Dit komt omdat de protocollen per merk DCC-commandocentrale verschilt in samenwerking met de handregelaar.

De handregelaar wordt op een aparte aansluiting op de commandocentrale aangesloten. Bij merk X heet dat Loconet, bij merk Y heet dat Cab Bus en bij merk Z heet dit XpressNet.
LET wel, dit is niet dezelfde aansluiting die naar de rails gaat.

Er is aan deze pagina een PDF document gekoppeld welke geopend en daarna opgeslagen kan worden. Dit PDF bestand geeft een verkorte versie weer van Wat is DCC. Dit document kunt u
hier openen.

Loconet® is een geregistreerd handelsmerk van de firma DIGITRAX.
Cab Bus® is een geregistreerd handelsmerk van de firma NCE Corporation.
ExpressNet® is een geregistreerd handelsmerk van de firma Lenz.
Can Bus® is een geregistreerd handelsmerk van de firma ZIMO.

EMD SD40-2 met cabineverlichting.

EMD SD40-2.

EMD Dash44-9CW met cabineverlichting.

EMD Dash44-9CW.

Amerikaansstuurstand rijruig met frontverlichting en zwaailamp.

Amerikaansstuurstand rijruig.

Homepage | Service activiteiten | Laatste Nieuws | Producten | Klanten reageren | Zelf inbouwen? | Tips voor inbouwen | Klant project foto's | Projecten | DCC techniek | DCC wetens-waardigheden | Beurzen | Links | Definities | Sitemap


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu